‘IK STA MIJN EIGEN LIEFDESGELUK IN DE WEG’

Lang voelde ik geen zelfliefde. Als die ontbreekt, vind je ook dat je geen waardige vriendin kan zijn. Ik ben graag onder de mensen, maar dat is iets anders dan close friends. Niet dat ik die niet heb, maar ik ben er gewoon niet zo goed in. Vriendschappen probeer ik nu rustiger op te bouwen. In liefdesrelaties sta ik mijn eigen geluk vaak in de weg. Dan ga ik met iemand anders daten, of verdoof mijn gedachten met alcohol. Doen alsof iemand me niets kan schelen, terwijl het me juist veel boeit. Als ik nu date, probeer ik mezelf open te stellen. Dat lukt steeds beter.”

“Vroeger zei mijn familie altijd dat kinderen lastig zijn. Mijn ouders hadden veel ruzie, een voorbeeld van een stabiele relatie kende ik niet. Daardoor was mijn beeld van huisje-boompje-beestje negatief. Op mijn zeventiende kreeg ik een relatie met een stabiele man. Hij had een huis en een vaste baan. Ik wilde graag het huis uit, en trok bij hem in. Zijn plan was committen: samenwonen, kinderen krijgen.

‘TOEN IK DIE RING ZAG LIGGEN, WAS IK NIET BLIJ’

Heel sterk voelde ik: ik wil dat niet. Ook omdat hij niet de juiste persoon was. In die relatie voelde ik geen vrijheid, kon niet mezelf zijn. Toen ik een ring zag liggen, was ik niet blij. Het was benauwend, ik wilde niet op mijn twintigste vastzitten aan iemand. De relatie verbreken was moeilijk, maar daardoor heb ik mezelf beter leren kennen. Zo heb ik mijn liefde voor reizen ontdekt. Sinds mijn dertigste voel ik de hormonen opspelen. Me binden – kinderen,­ settelen, een vast huis – wil ik nu wel. En als ik de juiste persoon ontmoet, hoef ik niet te veel van mezelf in te leveren.” 

Terug naar blog